Spreuk van de maand

Houwelijck

Soo wie sijn nodich werck wil op den avont sparen/
En t’houwelijck vertreckt tot op de oude jaren/
Die heeft den rechten tijt te kiesen niet geleert/
Maer doet in dese saeck sijn dingen heel verkeert.

————————————————————————


 

VVaerheyt

Men seyt wel/ en het is oock menichmael gebleken
Dat sotten int gemeyn de waerheyt sullen spreken.
Men seyt oock/ en het is een over-oude clacht
Dat die de waerheyt spreeckt wort voor een sot geacht.

————————————————————————-

 

 

Ouders

De swaen haer kuyckens broedt opt drooghte van de velden/
Maer selver in het droogh verkeertse selden:
Veel ouders seggen: kint/och speent u van den wijn/
Die met den neus int nat self al te garen sijn.

 

————————————————————————-

 

See ende stromen

Het sout is smakelijck en hoedet voor het stincken/
Maer het brengt groten dorst en doet geweldich drinken:
Ist wonder dat de see so boven maten sout
De soete stromen suypt en lichtelijk verdout?

————————————————————————-

 

 

Matigen rijcdom

Een ongeladen schip moet swancken in de baren/
Een overladen schip moet sincken met de waren/
Maar een bevaren boot geladen op sijn pas
Met minder ongeluck comt daer het garen was:
So drijft de aremoed’ den mensch tot dieverye
Der goeden overvloet tot trots en hovaerdye:
O Heere/ geeft mij niet te weynich noch te veel/
Maer laet my nemen heen mijn recht bescheyden deel.

—————————————————————————–

Sonne ende tijt

De sonne lopet snel by dagen en by nachten/
Noch snelder loopt de tyd/hoe wel wijt niet en achten:
De sonne heeft gerust/ja ruggeling gegaen/
en dat en heeft de tijt noch nimmermeer gedaen.

————————————————————————

Uit: Over-Ysselse sangen en dichten

door Jacobus Revius (1586-1657).

1e druk 1630, te Deventer bij Sebastiaen Wermbouts.
Met aantekeningen van de auteur in handschrift.

Eigendom van VORG, in bruikleen bij de Athenaeumbibliotheek Deventer.

Daar is het opgenomen in de topcollectie van 125 boeken.